Antonie - Waterstof - Rotterdam Maritime Capital of Europe

Rotterdam geeft haar koploperspositie in energievoorziening een boost. Van fossiele energiestromen naar hernieuwbare energie. Rotterdam is de waterstofhub waar niet alleen kennis wordt gedeeld, het is ook de plek waar eind dit jaar al een zero emissie schip op waterstof vaart.

Lees meer over logistiek.

Marjon Castelijns van Future Proof Shipping en Femke Brenninkmeijer, van de binnenvaartcoöperatie NPRC met 140 varende leden spelen hoofdrollen in de waterstoftransitie in Rotterdam.

De met het hoofdkantoor in Rotterdam gevestigde NPRC en met kantoren in Duitsland, België en Frankrijk, is met haar 85 jaar ervaring een autoriteit in de maritieme sector en zet zich in voor allerlei waterstofinitiatieven. Brenninkmeijer: ‘Onze focus op duurzaamheid en dat vanuit ketensamenwerking benaderen is al decennia oud. We waren de eerste binnenvaartvervoerder die schepen uitrustte met katalysatoren en roetfilters als onderdeel van het contract dat we sloten met een verlader.

Die lijn zetten wij door. De ambitie is om de toenemende wens van het producerende bedrijfsleven om CO2-uitstoot te verminderen, te koppelen aan het ondernemerschap van onze varende leden van de coöperatie. Vanuit de kracht van samenwerkende ondernemers hebben we de focus op een lange termijn relatie.’

Zo werkt Brenninkmeijer samen met de Duitse polymerenproducent Covestro en chemiebedrijf Nobian. ‘NPRC vervoert voor deze klanten zout en van dat zout maken deze bedrijven chloor. Bij de chloorproductie komt waterstof vrij wat niet hun hoofdproduct is.’ Deze (groene) waterstof kan volgens Brennninkmeijer worden ingezet voor de logistiek, bijvoorbeeld als energiedrager voor schepen.

Eerste emissieloze schip

Marjon Castelijns, Manager Business Development bij Future Proof Shipping, zet zich in voor een versnelling van de transitie naar een duurzame scheepvaart. Dit doet zij op twee manieren: emissieloze schepen in de vaart brengen en andere partijen daarbij helpen. Het is haar taak om alle partijen in de keten te verbinden met elkaar, van verladers tot technici en van financiële partijen tot waterstofleveranciers.

Volgens haar is waterstof de belangrijkste energiedrager om emissieloos te kunnen varen. Eind dit jaar gaat het eerste emissieloze schip op 100% waterstof varen; daar komt geen fossiele brandstof meer aan boord. ‘Het schip vaart op volledig elektrische aandrijving met een brandstofcel, waterstofopslag en batterijen.’

In de binnenvaart worden vaak routes van A naar B gevaren of binnen relatief korte afstanden ten opzichte van de zeevaart, aldus Castelijns. ‘Binnenvaartschepen kunnen veel vaker stoppen, waardoor het gemakkelijker is om vaker energie aan boord brengen. Daardoor hoeft een binnenvaartschip minder energie op te slaan’ Volgens Castelijns kan de binnenvaart een proeftuin zijn voor de kustvaart en later ook voor de deepsea.’

De absolute doorbraak voor Future Proof Shipping is dat voor de allereerste keer een schip dat helemaal op waterstof vaart is goedgekeurd door een classificatiebureau. Daarnaast is Castelijns dichtbij toestemming van de Centrale Commissie van de Rijnvaart om te gaan varen binnen Europa. Dan kan het schip daadwerkelijk in de praktijk gebruikt worden.

Lees meer over waterstof in Rotterdam.

Rotterdam als Waterstofhub

De unieke meerwaarde van Rotterdam als waterstofhub ten opzichte van andere regio’s is volgens Castelijns dat de haven de grootste van Europa is. ‘Daarnaast speelt de haven een belangrijke rol in de energievoorziening van Europa.’ De haven van Rotterdam voorziet in 13% van de totale Europese energiebehoefte, nu nog gebaseerd op fossiele energiestromen. Volgens Castelijns maakt Rotterdam nu de omslag naar hernieuwbare energie en kan de haven ook op dit gebied koploper worden.

De ambitie van Rotterdam is om het Haven Industrieel Complex (HIC) en het aangesloten marktgebied door te ontwikkelen naar de grootste duurzame waterstofhub van Europa waar grootschalige productie, import, doorvoer en gebruik van waterstof plaatsvindt. Rotterdam is uniek gepositioneerd om een sleutelfunctie te vervullen richting Noordwest-Europa. Castelijns gelooft dat de voorlopersrol van Rotterdam de hele maritieme sector, heel Nederland en Europa vooruit helpt.

Volgens haar speelt niet alleen de stad Rotterdam een belangrijke rol, ook de omliggende regio. De regio zit vol met toeleveranciers én er is veel technische kennis over de scheepvaart. ‘Rotterdam durft stappen te zetten. Met name in de binnenvaart is dat best uniek. Bedrijven die nu aan kop lopen, willen echt vooruit.’ Castelijns hoopt dat de rest van de maritieme sector hierin meegaat. Rotterdam kan dit volgens haar aanwakkeren.

Rotterdam beschikt volgens Brenninkmeijer over de kritische massa en de industrie. ‘Bovendien werkt de haven als een katalysator.’ Het hele maritieme ecosysteem komt volgens Brenninkmeijer samen in Rotterdam. ‘Met de opgebouwde kennis op het gebied van waterstof kan Rotterdam zich internationaal onderscheiden.’ De kansen voor waterstof gaan verder dan alleen de haven. ‘Zo profiteren bijvoorbeeld ook de scheepsbouwers in de regio van de kennis die al wordt opgedaan over schepen die varen op waterstof.’

Lees meer over RH2INE.

RH2INE

Het wemelt van de waterstofinitiatieven. Brenninkmeijer: ‘We gaan het echt doen en zijn de een van de eersten in de wereld. En we gaan snel, met dank aan iedereen die ons hierbij helpt.’ Volgens Castelijns is het Rhine Hydrogen Integration Network of Excellence (RH2INE) een belangrijk initiatief voor de ontwikkelingen in de binnenvaart. RH2INE is gericht op het verduurzamen van de TEN-T (transport)corridor Rhine-Alpine.

De bedoeling is dat vraag en aanbod van groene waterstof op elkaar aansluit voor de binnenvaart langs de corridor. Zowel het produceren als het tanken van waterstof. De gemeente Rotterdam steunt deze samenwerking van de provincie Zuid-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Volgens Brenninkmeijer is niet alleen een pot met geld nodig voor de bouw van nieuwe schepen. Ook goede infrastructuur. Gasunie en het Havenbedrijf Rotterdam hebben het initiatief genomen om een waterstofleiding aan te leggen van de Tweede Maasvlakte tot aan de Shell-raffinaderij in Pernis.

Deze waterstofleiding koppelt de productie van waterstof direct aan de inzet van waterstof en moet ook aangesloten worden op de landelijke backbone. De leiding moet in 2023 gereed zijn, op tijd voor de opening door Shell van een electrolyser (groene-waterstoffabriek) op de Tweede Maasvlakte.

Volgens Brenninkmeijer zou het mooi zijn als de pijpleiding kan worden doorgetrokken naar Noordrijn Westfalen. Castelijns: ‘De Rijn is de belangrijkste waterweg voor de binnenvaart in Europa. Daar gaat het grootste volume naartoe. Wat de A2 voor Nederland is, is de Rijn voor de binnenvaart.’

Volgens Brenninkmeijer is het samenwerkingsverband RH2INE ook belangrijk vanuit Europees perspectief om de klimaatdoelen te halen. Zo’n Nederlands-Duitse samenwerking vanuit de maritieme sector met overheden en bedrijven is nog niet eerder op deze schaal opgezet en daarom redelijk uniek volgens de CEO van NPRC. ‘Het is een krachtige lobby waar de provincie Zuid-Holland een belangrijke voortrekkersrol in speelt. Naast bedrijven en overheden zijn grote waterstofleveranciers zoals Shell en Air Liquide aangesloten.

Het Duitse achterland is heel belangrijk voor de Rotterdamse haven. Daarom kan het project RH2INE volgens Brenninkmeijer gezien worden als de doorbraak in de vergroening van achterlandlogistiek. Wat daarbij ook van belang is, is dat we met dit consortium willen toewerken naar standaardisatie

Ambities

Brenninkmeijer benadrukt dat innovatie ‘ontzettend arbeidsintensief is’. Een waterstofschip wordt volgens haar niet in een dag gebouwd. ‘Het zijn langdurige trajecten in voorbereiding en uiteindelijke bouw.’ NPRC heeft een flinke focus op de kosten als organisatie, ‘omdat de transportmarkt ontzettend competitief en volatiel is’. NPRC kan dus niet zomaar een team aan innovators aanstellen. ‘Er gaat een hoop tijd in zitten om dit allemaal geregeld te krijgen.’

Castelijns pleit voor een duidelijkere visie over waterstof vanuit de Nederlandse overheid, om waterstofambities nog meer te versnellen. ‘In die visie moet ook een tijdlijn staan wanneer waterstof beschikbaar komt.’ Brenninkmeijer vult aan. ‘En hoe wordt het aantrekkelijk voor de maritieme sector om CO2 te reduceren? Nu heeft het nog weinig commerciële waarde.’

Ambities hebben deze maritieme vrouwen volop. Brenninkmeijer en Castelijns stellen als doel om in de komende jaren de eerste zero emissie schepen te realiseren op waterstof en samen op te trekken om de binnenvaart hiermee op de kaart te zetten. Maar ook om zich gezamenlijk in te zetten om de benodigde regelgeving van de grond te krijgen en toe te werken naar standaardisatie voor de waterstoftoepassingen. Brenninkmeijer: ‘Together we can do so much more.’